“Vreselijk irritant zeg, de leerlingen luisteren echt niet naar wat ik zeg.” We zitten met een enkele leerkrachten bij elkaar en ik zie driftig geknik. Het is duidelijk dat de anderen herkennen wat Noor zegt. We spreken af dat Noor opnames maakt van een les, zodat we kunnen analyseren wat er op zo’n moment gebeurt en kunnen zoeken naar wat werkt. Ik merk dat Noor sceptisch is, maar ik heb er vertrouwen in dat het samen bekijken van de beelden haar verder zal helpen in haar ontwikkeling als leerkracht. De leervraag die ze formuleert is “hoe zorg ik er voor dat alle leerlingen betrokken zijn tijdens mijn les?”
Een week later bekijk ik thuis de beelden van de les. Enthousiast en positief staat ze voor de groep. Ze heeft een duidelijke stem, krachtige houding en vriendelijke uitstraling. Het is duidelijk dat zij de leiding heeft. De leerlingen zijn stil, maar zijn ze ook betrokken? Noor legt uit hoe de sommen uit het rekenboek gemaakt moeten worden, vraagt of iedereen het begrijpt, vertelt waar ze spullen kunnen vinden, hoe lang ze er over mogen doen, wat ze moeten doen als het niet lukt, wat ze moeten doen als ze klaar zijn….. Mijn gedachten dwalen af, ik denk aan de dingen die allemaal nog op mijn to-do-lijstje staan. Ik spoel het beeld terug en bekijk het fragment nog een keer. Weer dwalen mijn gedachten af….  Ik besef dat dit precies is wat er in de klas ook gebeurt. Noor is zo lang aan het woord, zendt zoveel informatie, dat de leerlingen afhaken.
We bekijken de beelden samen terug en benoemen de kwaliteiten die we zien. Noor straalt door alle positieve feedback die ze krijgt. We bespreken ook wat ons opvalt aan de leerlingen; ze zijn dromerig, passief, afwachtend.  Als ik de vraag stel “Wie is hier hard aan het werk?” is het even stil. “Uhhh… ik” zegt ze dan “maar ik wil juist dat de leerlingen aan het werk zijn.” We kijken het fragment nog een keer terug en zetten het beeld steeds stil. We analyseren de momenten waarop de leerlingen wel betrokken zijn. Noor ziet dat de leerlingen meer betrokken zijn als ze hen uitnodigt om ergens over na te denken. Ik vraag alle leerkrachten wat Noor zou kunnen doen om dit verder uit te bouwen en laat haar daarna zelf kiezen waar ze mee aan de slag wil. Ze neemt zich voor om verschillende coöperatieve werkvormen te gaan gebruiken, waardoor ze zelf minder aan het woord is.
Je gedrag veranderen is makkelijker gezegd dan gedaan, maar door het zo concreet te maken is wel de eerste stap gezet. En voor de leerlingen kan een kleine verandering veel effect hebben! De weken daarna voelt Noor zich bewust onbekwaam, een fase die niet fijn voelt. Maar langzaam zie ik een verandering in haar leerkrachtgedrag; van vertellen wat ze moeten doen, naar het aan het denken zetten van de leerlingen. En de leerlingen? Die zijn niet stil, maar wel betrokken!

 

 

©Susanne Geerts

Wie is hier hard aan het werk?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *